Kaliyuga - Deel I - De kop is eraf

De Hindoeïstische Yuga-cyclus is een kosmische cyclus bestaande uit vier opeenvolgende periodes: Het Kaliyuga – ook wel het ijzeren tijdperk genoemd – is de vierde periode en duurt 432.000 jaar. Het is de kortste en laatste van de vier era's, maar ook de donkerste. Dit Yuga staat voor degeneratie van moraliteit en intelligentie, egoïsme, materialisme, strijd en bedrog.

De eerste periode in deze kosmologie is het Satya- of Kritayuga. Deze duurt het langst. Het wordt ook wel de gouden tijd genoemd. Een niet te bevatten periode waarin de goddelijkheid in de mens het hoogst is.

De daaropvolgende periode heet Tretayuga. Dit is het zilveren tijdperk, duurt iets korter, maar in vergelijking met ons tijdperk nog steeds onwaarschijnlijk lang.

Dan volgt het Dwaparayuga of het koperen tijdperk. Dit era lijkt al een beetje op ons tijdperk. In de komende tijd zal ik alle yuga's afzonderlijk toelichten, maar nu beperk ik me tot het hier en nu; ons duistere Kaliyuga.


Hindoeïstische geschriften melden dat ons tijdperk begon met de dood van Krishna. Hij kan natuurlijk niet echt dood, want Krishna was een avatar van de god Vishnu. Zoals Christus niet werkelijk is gestorven, maar teruggekeerd naar zijn ouderlijk huis. Zo verging het Krishna dus ook, maar dan 3.102 jaar eerder.
Momenteel leven we dus al 5.128 jaar in duisternis en geestelijke armoede. De meeste mensen ervaren dat over het algemeen niet zo. Dat is niet vreemd, want we staan relatief aan het begin van deze bijzondere periode. Naar het schijnt zijn de eerste 10.000 jaar van dit tijdperk een
Punica-oase in vergelijking met wat ons daarna te wachten staat. We zijn dus net de eerste helft van die 10.000 jaar gepasseerd. Slechts de kop is eraf, zeg maar.
We ervaren die duisternis en geestelijke armoede niet, omdat we maar één referentiekader hebben; ons huidige bewustzijn. En daar zit nu juist die blinde vlek. Ons brein is grotendeels ontwikkeld in tijden van schaarste, gevaar en discomfort. De belevingswereld van een individu was destijds veel kleiner;
zorg dat je de dag overleefd, morgen kijken we wel verder. Als je iedere dag in je primaire behoeften werd voorzien, had je een welvarend leven.
Moderne mensen zijn geconditioneerd om kapitalistisch te denken en te streven naar individueel geluk. Hierdoor meten we onze welvaart aan de hand van materiële bezittingen, mate van comfort en de positie binnen de samenleving. Dit zijn niet de meest betrouwbare parameters, maar wel de meest gebruikte.

Het zal niet helemaal onopgemerkt gebleven zijn dat er in de afgelopen eeuwen veel veranderd is. Technologische revoluties, medische revoluties, normvervaging, digitale revoluties, kunstmatige intelligentie, ga zo maar door. Revolutionaire ontwikkelingen zijn van alle tijden, maar de snelheid waarmee ze elkaar nu opvolgen is zorgwekkend. Ons brein is daar niet op ingesteld, want dat was gemaakt om te overleven onder erbarmelijke omstandigheden. Haal je die omstandigheden weg, zal langzaam maar zeker onze creativiteit, focus en intelligentie afnemen. In het begin valt het nog niet zo op, maar gaan die ontwikkelingen door en door, dan kun je op een gegeven moment de aftakeling zien bij iedere volgende generatie. 

Stel, je zou de mogelijkheid hebben om een boer uit het jaar 1200 te teleporteren naar het jaar 1500. Zelfde locatie, maar dan driehonderd jaar later. Hij zou natuurlijk niemand meer kennen, maar de wereld is zo weinig veranderd dat de boer zich vrij snel kan aanpassen. Het verschil zou niet veel groter zijn dan dat hij – in zijn eigen tijd – naar een ander land was verhuisd om een nieuw leven op te bouwen.

Stel, je teleporteert een boer uit 1956 naar 2026, nog geen honderd jaar later. Die zou van gekkigheid bij de ouwe koeien in de sloot springen. Het contrast tussen de samenleving van 1956 en 2026 is zo enorm, dat er een cognitieve dissonantie optreedt die niet weg te relativeren is.
Er zijn nog mensen die de jaren v
ijftig bewust hebben meegemaakt. Waarom kunnen zij over het algemeen prima omgaan met ontwikkelingen van de afgelopen decennia? Iemand die uit 1956 wordt weggerukt en ineens in 2026 terechtkomt, ervaart die extreme verandering. Als je die tussenliggende zeventig jaar doorloopt, weet je niet beter. In onze huidige fase van het Kaliyuga zijn mensen niet uitgerust met een bewustzijn dat veel waarde hecht aan een morele en gezond functionerende levenswijze. De massa accepteert iedere ontwikkeling als gegeven. Het maakt niet uit of een ontwikkeling constructief of destructief is. Ze gaan – zoals dat heet – met hun tijd mee.

Is het dan ooit anders geweest? Dat is moeilijk te bewijzen. Enerzijds kunnen we niet verder terugkijken dan het begin van het Kaliyuga. Anderzijds zijn we beperkt met een Kaliyuga bewustzijn waarmee we objectieve feiten interpreteren. Wellicht zouden we met een Kritayuga of Tretayuga bewustzijn diezelfde feiten anders benaderen.

De huidige mensheid bestaat al ruim 300.000 jaar. Waarom zouden ze pas na de laatste ijstijd begonnen zijn met cultiveren? Wellicht is dat ook helemaal niet zo gegaan. Volgens de Hindoeïstische kosmologie kent ieder Yuga een aanloopfase en een afloopfase, ook wel sluimerperiode genoemd. De laatste ijstijd kan zo'n sluimerperiode geweest zijn. Na die sluimertijd begon ons tijdperk mondjesmaat op gang te komen. 

Als je de data niet al te letterlijk neemt, zou de laatste ijstijd en de neolithische revolutie overeenkomen met de ondergang van het Dwaparayuga en het begin van ons huidige Kaliyuga. In dat geval is cultivering van de mensheid niet pas 10.000 jaar geleden begonnen, maar veel eerder.
Wetenschappers hebben aangetoond dat de piramides wereldwijd ruim 30.000 jaar oud zijn. Toen zaten we nog midden in de ijstijd of volgens de Hindoeïstische kosmologie in de dalende sluimerperiode van het Dwaparayuga. Toen leefden we volgens de archeologische kennis nog als nomaden, jagers en verzamelaars. Iets klopt hier niet. Nomaden bouwen geen immense piramides...